Peuterrevalidatie

Doel
Het doel van het revalidatieprogramma voor peuters in de St. Maartenskliniek is bevordering van deelname van kind en ouders aan voor hen belangrijke activiteiten middels het stimuleren van de competentie van het kind en, waar nodig, het stimuleren van de competentie van ouders met betrekking tot het verzorgen en opvoeden van hun kind. Het behandelteam streeft er enerzijds naar om de hulpvraag van het kind en zijn/haar ouders centraal te stellen, hier de behandeldoelstellingen op af te stemmen en hen hier zoveel mogelijk in tegemoet te komen. Anderzijds wordt ernaar gestreefd om een behandeling ‘op maat te geven’. Dit houdt in dat er zo efficiënt mogelijk afgestemd wordt op de ontwikkelingsfase en mogelijkheden van het kind waarin belasting en belastbaarheid (van zowel het kind als het gezin) de kern vormt. Het uiteindelijke doel van het revalidatieprogramma is binnen de mogelijkheden van uw kind, het behalen van een zo groot mogelijke zelfstandigheid.

Doelgroepen
Het programma van de therapeutische peutergroep richt zich op kinderen van 1½ tot 4 jaar oud waarbij de ontwikkeling anders dan normaal verloopt. De kinderen die een therapeutische peutergroep bezoeken, hebben verschillende diagnoses en veelal een vertraagde en/of afwijkende ontwikkeling . Voor alle kinderen geldt dat de ontwikkeling van houding en beweging specialistische zorg vraagt. Ook kunnen zij problemen hebben op het gebied van cognitie, communicatie, spel, eten/drinken en/of sociaal-emotioneel functioneren. De activiteiten van het revalidatieprogramma beperken zich niet alleen tot het kind maar richten zich ook op de directe omgeving van het kind (ouders en gezinsleden, andere hulpverleners, etc.)

Werkwijze
Op de peuterrevalidatie:
De peuterrevalidatie van de St. Maartenskliniek telt vijf verschillende peutergroepen. Er zijn vier ochtendgroepen (van 09.00-12.00 uur) en een middaggroep (van 13.15-16.15 uur). Er worden maximaal zeven kinderen in een groep geplaatst waar er altijd begeleiding is van twee activiteitentherapeuten. Daarnaast heeft elke groep een vast team van therapeuten zodat er een nauwe samenwerking kan worden opgebouwd om de ontwikkeling van het kind in zoveel mogelijk situaties te stimuleren. Tijdens de ochtend of middag ontvangt het kind individuele paramedische therapie en in de groep worden instructies of adviezen uit de therapie spelenderwijs toegepast.

Inhoudelijk:
Na de aanmeldingsprocedure inventariseert het multidisciplinair samengestelde revalidatieteam tijdens de observatieperiode de hulpvragen van het kind, de ouders en het gezin. Het revalidatieteam bestaat uit de revalidatiearts, orthopedagoog, fysiotherapeut, logopedist, ergotherapeut, activiteitentherapeut, speltherapeut en maatschappelijk werkende. In samenspraak met de ouders worden in een Centrale Kind Bespreking (CKB) vervolgens doelstellingen, prioriteitsstelling en planning vastgelegd in een handelingsplan. Er vindt tweemaal per schooljaar een dergelijke bespreking plaats. Hierbij zijn het behandelend team van het kind en de ouders aanwezig. Van te voren vullen ouders en het team een formulier in. In de CKB wordt aan de hand van de formulieren de voortgang van de behandeling besproken en worden doelstellingen gemaakt voor de volgende periode. De uitvoering van het handelingsplan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het team en de ouders.

In de maanden tussen twee CKB’s is er voldoende mogelijkheid tot communicatie tussen het team en de ouders. Zo krijgt ieder kind een communicatieklapper die dagelijks mee naar huis gaat. De therapeuten schrijven hierin wat er die dag gedaan is en ouders rapporteren wat het kind in de thuissituatie heeft meegemaakt en stellen eventuele vragen als zij niet persoonlijk op de afdeling aanwezig kunnen zijn.

Rol van ouders
De inbreng van ouders blijkt voor het werken met kinderen onmisbaar. Zij kennen hun kind als geen ander en door het uitwisselen van informatie dragen zij bij aan de kwaliteit van de behandeling. Bovendien spelen ouders zelf ook een rol in het revalidatieproces wanneer het gaat om de ondersteuning en stimulering van de ontwikkeling van hun kind in de thuisomgeving. Daarom is een goede samenwerking tussen de medewerkers van de therapeutische peutergroep en de ouders van groot belang.

In de eerste weken dat het kind de therapeutische peutergroep bezoekt, zijn ouders in overleg met de therapeuten bij het kind aanwezig. Daarna is het prettig als zij regelmatig een ochtend of middag meekomen voor overleg of instructie. Meestal wordt er één vaste dag met ouders afgesproken dat ze met hun kind meekomen. Tijdens therapieën is er de mogelijkheid om mee te kijken en vragen te stellen aan de therapeuten. Zij bieden ouders praktische steun, informatie, advies of instructie wat betreft de omgang met en de stimulering van het kind.